Dat werk zou ik écht niet kunnen…
“Nee hoor, ik benijd jullie niet. Altijd dat verdriet.”
“Je bent zeker dag en nacht bereikbaar?”
“Je kunt toch nooit iets plannen met zo’n beroep?”
“En hoe doe je dat dan met je gezin?”
Het zijn opmerkingen die ik regelmatig hoor wanneer mensen vragen wat voor werk ik doe. En eerlijk? Ik begrijp die reacties heel goed. Het vak van uitvaartverzorger wordt vaak gekoppeld aan verdriet, afscheid en moeilijke momenten. En ja, dat klopt ook. Wij komen binnen op momenten waarop het leven ineens stilstaat.
Achter iedere voordeur treffen we mensen die iemand moeten missen van wie ze houden. Soms iemand op hoge leeftijd, soms iemand die nog midden in het leven stond. En soms zijn het zelfs de allerkleinsten. Dat went nooit. Het raakt iedere keer opnieuw. Want verdriet is altijd persoonlijk en liefde laat zich niet meten in leeftijd.
Toch is er naast dat verdriet ook iets heel bijzonders zichtbaar. Juist in die intense dagen ontstaat vaak zoveel verbondenheid, liefde en kracht. Families die elkaar vasthouden. Kinderen die boven zichzelf uitstijgen. Kleine momenten van warmte tussen alle tranen door.
In die periode mag ik naast mensen staan. Niet om hun verdriet weg te nemen — want dat kan niemand — maar wel om rust te brengen in de chaos. Om overzicht te geven wanneer alles te veel voelt. Om mee te denken, te luisteren en samen een afscheid vorm te geven dat écht past bij degene die gemist wordt.
Vaak merk ik dat mensen zich in eerste instantie gespannen voelen. Er moet ineens zoveel geregeld worden, terwijl hun hoofd daar helemaal niet naar staat. Daarom probeer ik vanaf het eerste moment vooral rust en vertrouwen te geven. Want wanneer mensen voelen dat ze mogen leunen, ontstaat er ruimte. Ruimte om herinneringen te delen, om keuzes te maken en om afscheid te nemen op een manier die goed voelt.
Op de dag van het afscheid ben ik soms zichtbaar aanwezig en soms juist bijna onzichtbaar op de achtergrond. Maar altijd met hetzelfde doel: ervoor zorgen dat alles klopt, zodat de familie zich volledig kan richten op het afscheid nemen.
En ook daarna stopt het niet ineens. Want wanneer iedereen weer voorzichtig teruggaat naar het gewone leven, begint vaak pas écht het gemis. Daarom blijven we betrokken, op gepaste afstand, zolang daar behoefte aan is.
Dus ja… mijn werk draait om verdriet. Maar misschien nog wel meer om liefde, vertrouwen en betekenis. En juist dat maakt het zo’n bijzonder vak. Een vak dat ik met heel mijn hart doe.